Opt-in / Opt-out: Standpunt DMSA inzake ongevraagde reclame via e-mail

Tot voor het faillissement van de DMSA (De Nederlandse Direct Marketing Association) hadden ze op hun site een aantal goede artikelen staan met uitleg over het opt-in en opt-out principe bij Email Marketing. Helaas zijn deze artikelen bij het faillissement ook verdwenen. Met deze mirror probeer ik de artikelen toch bewaard te houden. De standpunten die in dit artikel staan bevatten overigens niet pers├ę onze meningen over Email Marketing. Ook zijn bepaalde zaken inmiddels licht achterhaald en andere delen nog steeds zeer waardevol.

Opt-in/Opt-out: Standpunt DMSA inzake ongevraagde reclame via e-mail

In de EU wordt een opt-in voor reclame via e-mail (en SMS) voorgesteld. Hieronder wordt uitgelegd waarom de DMSA van mening is dat voor dit medium (en voor andere nieuwe media) opt-out zou moeten gelden.

Zelfregulering: een 'Ja/Nee'-sticker op je e-mailbox

De DMSA vindt het nodig dat er een goede balans is tussen de belangen van de consument en die van het bedrijfsleven. Daarom heeft zij voor alle media waarvoor een opt-out regime geldt deze antwoordnummerbestanden ingesteld. Op grond van (goed functionerende) zelfregulering zijn alle bedrijven die de zelfregulering onderschrijven (w.o. de leden van de DMSA) verplicht om deze antwoordnummerbestanden te raadplegen voordat zij consumenten benaderen. De bedrijven moeten hun gegevensbestanden ontdoen van de gegevens van consumenten die in de antwoordnummerbestanden staan. In feite kan de ontvanger per medium dus een 'Ja/Nee'-sticker op zijn (virtuele) brievenbus plaatsen.

Sinds augustus 2000 heeft de DMSA ook zelfregulering voor reclame via e-mail. De Code Ongevraagde Reclame via e-mail welke deel uitmaakt van de Nederlandse Reclame Code geeft nadere voorschriften voor het versturen van ongevraagde reclame via e-mail. Ook hierbij geldt dat bedrijven die ongevraagde e-mail willen versturen hun bestand eerst moeten schonen aan de hand van het e-mail antwoordnummerbestand.

De DMSA is altijd een voorstander geweest van zelfregulering. Zij is het dan ook eens met het standpunt van de SER (Sociaal Economische Raad) op dit gebied. De SER meent dat bedrijven die deelnemen aan bovenstaande zelfregulering (en dus de antwoordnummer-bestanden raadplegen) ongevraagde reclame via e-mail mogen zenden. Voor bedrijven die niet deelnemen aan de zelfregulering zou een wettelijk verbod moeten gelden op het ongevraagd versturen van reclame via e-mail, ondersteund door wettelijke sancties. De DMSA meent dat op deze wijze het beste recht wordt gedaan aan de belangen van zowel de consument als die van het bedrijfsleven. De DMSA wijst erop dat bij een opt-out regime bedrijven er zelf altijd nog voor mogen kiezen om zichzelf een opt-in regime op te leggen als ze menen hiermee marktvoordeel te kunnen behalen.

Een verbod op reclame via e-mail remt E-commerce

De DMSA betreurt de keuze van de Raad omdat zij altijd het standpunt heeft gehad dat een opt-in voor ongevraagde reclame via e-mail niet de oplossing is voor spam maar dat dit alleen de ontwikkeling van e-commerce zal afremmen. Te veel bedrijfsconcepten worden verboden nog voordat zij volledig zijn ontwikkeld. Daarnaast worden met name kleine bedrijven door het verbod sterker benadeeld. Voor hen is het immers extra moeilijk hun producten aan de man te brengen indien zij van te voren toestemming moeten vragen om reclame te versturen. Grote bedrijven kunnen deze toestemming via andere media waarvoor opt-out geldt makkelijker verkrijgen.

Onduidelijk is verder waarop een door de consument gegeven toestemming betrekking heeft. Een voorbeeld: een consument kan op een website aangeven in bepaalde onderwerpen geïnteresseerd te zijn en hierover van bedrijven informatie te willen ontvangen. Het is niet duidelijk of de consument toestemming heeft gegeven dat zijn e-mailadres aan andere bedrijven wordt gegeven als niet van te voren precies duidelijk is gemaakt welke bedrijven dit e-mailadres zullen ontvangen.

Overigens is 'spam' niet hetzelfde als het sturen van ongevraagde reclame via e-mail. Bij spam kan men denken aan het versturen van grote hoeveelheden informatie of virussen in een e-mail bericht met als doel het ontregelen van de computer van de ontvanger of het onrechtmatig verzamelen van e-mailadressen om daarna 'bulk'mailings te versturen. Dergelijke activiteiten die ook nu al verboden zijn, moeten worden onderscheiden van een gerichte DM-actie door bedrijven die zich aan de regelgeving houden en er ook geen belang bij hebben de consument te irriteren. Een opt-in regime zal spam niet voorkomen. Gebleken is dat in landen waarin nu al een opt-in regime geldt dat men zich er niet aan houdt. Het zou te betreuren zijn als goedwillende bedrijven worden gestraft terwijl een opt-in regime bedoeld is spam te stoppen.

Een verbod op reclame via e-mail is overbodig

Met behulp van de huidige regelgeving kan er al prima worden opgetreden tegen de ongewenste gevolgen van reclame via e-mail:

Op grond van de algemene privacy richtlijn geldt sinds 1 september 2001 in Nederland de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De Wbp is de basis van de privacybescherming en beoogt een goede balans te geven tussen (onder meer) enerzijds het belang van het bedrijfsleven en anderzijds het belang van de consument (betrokkene). De wet geeft goede waarborgen voor de privacy van de consument.

De Wbp geeft voorschriften over hoe bedrijven om moeten gaan met persoonsgegevens. Hieronder valt dus ook adressenhandel. Een bedrijf kan e-mailadressen verzamelen voor reclamedoeleinden en deze doorgeven aan derde bedrijven. Dit mag ! Het bedrijf moet de consumenten (voordat zij hun gegevens achterlaten) dan wel inlichten over het feit dat zij ook ongevraagde reclame via e-mail kunnen ontvangen en dat zij hiertegen bezwaar kunnen maken.

De consument weet dan al dat hij later ongevraagde reclame kan ontvangen en dat hij zich hier altijd tegen kan verzetten. Daarnaast moeten bedrijven bij iedere reclame boodschap altijd wijzen op dit recht van verzet. Met andere woorden: de consument heeft zelf in de hand of zijn gegevens worden gebruikt voor het versturen van (ongevraagde) reclame.

Op dit ogenblik wordt gewerkt aan de omzetting van de e-commercerichtlijn in Nederlandse wetgeving. Deze richtlijn biedt nog meer waarborgen voor de ontvanger van e-mailreclame. Zo moeten reclame e-mails zodanig gekenmerkt worden dat het voor de ontvanger onmiddellijk (nog voor het openen van het bericht) duidelijk is dat het reclame betreft. Hierdoor is het makkelijk om filters toe te passen die reclame e-mails kan verwijderen voordat deze door de consument worden geopend. De consument kan deze filters zelf plaatsen maar ook kunnen internetserviceproviders dit als dienst gaan aanbieden zodat de consument nooit meer ongevraagde reclame via e-mail ontvangt.

Vaak wordt gezegd dat de ontvangst van ongevraagde reclame via e-mail de ontvanger geld kost. Op grond van dezelfde richtlijn mag de ontvangst van reclame via e-mail geen extra kosten voor de ontvanger met zich meebrengen. Deze discussie neemt trouwens snel in belang af omdat er steeds meer gebruik wordt gemaakt van 'flatfee'-internetaansluitingen.

De e-commercerichtlijn schrijft verder voor dat als landen het versturen van ongevraagde reclame via e-mail toestaan, zij ervoor moeten zorgen dat zogenaamde opt-outregisters (antwoordnummerbestanden) worden geraadpleegd door de verzenders ervan. Consumenten kunnen zich in deze antwoordnummerbestanden laten opnemen als zij helemaal geen ongevraagde reclame via e-mail willen ontvangen. De e-commercerichtlijn sluit wat dat betreft goed aan bij het hierboven uiteengezette SER-advies.

Zie ook het artikel met een nadere uitleg over het principe van opt in en opt out of lees verder over E-mail marketing.

Meer over Marketing:

Naar boven